Hoe werkt je spijsvertering?

 

 

 

 

 

Geschreven door
Annick


25 maart 2019 | Lichaam


Deel deze blog

 

Alles wat je eet wordt ondergaat een hele reis in je lijf. De voedingsstoffen die je nodig hebt zitten opgesloten in de structuren van hetgeen wat je eet. Je spijsverteringsstelsel zorgt ervoor dat alles wordt afgebroken tot hele kleine stukjes. Zodat je lichaam het kan gebruiken. Laten we eens kijken hoe deze transformatie in zijn werk gaat.

WAT IS SPIJSVERTERING?

Om te overleven hebben we voedingsstoffen nodig. Je spijsvertering zorgt ervoor dat grote stukken voedsel zo klein worden gemaakt dat ze opgenomen kunnen worden in je bloed. Je bloed transporteert de voedingsstoffen vervolgens naar je organen. Je voeding wordt gebruikt voor energie of voor groei of reparatie van beschadigde cellen. Zo blijf je fit en gezond.

WAT IS JE SPIJSVERTERINGSSTELSEL?

Je spijsverteringsstelsel kun je zien als een holle buis (ca. 8 meter lang): je mond, slokdarm, maag en darmen. Hiernaast spelen je alvleesklier, je lever en galblaas ook een belangrijke rol. Samen zorgen ze voor de afbraak van je eten.

Wat is je spijsvertering?

HOE WERKT JE SPIJSVERTERING?

Voordat je ook maar iets in je mond hebt begint je spijsvertering al. Wanneer je eten ziet of ruikt wordt er al speeksel aangemaakt. ‘Het water loopt je in de mond’. Zo ziet de reis van je eten eruit:

1. Mond

Je hap eten wordt vochtig gemaakt door je speeksel. Je tong en tanden zorgen voor de mechanische vertering: het kleiner maken van je voeding (kauwen).

Speeksel bevat amylase, een enzym wat koolhydraten afbreekt (de chemische vertering). Dit enzym werkt als een klein ‘pacmannetje’ die de moleculen los van elkaar knipt. Speeksel bevat ook water en slijm, wat ervoor zorgt dat je voedsel makkelijk door onder andere je slokdarm kan gaan.

2. Slokdarm

Wanneer je je hapje tot een voedselbrij hebt gekauwd gaat het door naar je slokdarm. Het gladde spierweefsel in je slokdarm zorgt met een soort golfbewegingen voor het zakken van je voeding naar je maag. Dit wordt peristaltiek genoemd.

Tussen de slokdarm en maag zit een sluitspier. Deze spier laat het eten door naar je maag en voorkomt dat er voedsel vanuit je maag terugloopt je slokdarm in.

3. Maag

Wanneer je hapje in je maag terecht komt, komt het in aanraking met maagsap. Maagsap bestaat voornamelijk uit maagzuur (zoutzuur), intrinsieke factor (essentieel voor de opname van vitamine B12) en het enzym pepsine (ook weer een pacmannetje).

Maagzuur en pepsine kunnen beide schadelijk zijn voor de maag. Hiervoor ligt er een beschermende laag op de maagwand zodat deze niet aangetast wordt.

In de maag gaat de peristaltiek (mixen) verder, dit zorgt voor het vermengen van de voedselbrij met de maagsappen. Het maagzuur doodt bacteriën en het enzym pepsine maakt eiwitten kleiner.

Er worden, op water en alcohol na, nog geen voedingsstoffen opgenomen in de maag. Na gemiddeld een á twee uur gaat je maaltijd via een sluitspier onder in de maag door naar je dunne darm.

4. Dunne darm

In het eerste deel van je dunne darm wordt de voedselbrij vermengd met spijsverteringssappen afkomstig van de lever, alvleesklier en de dunne darm zelf. Deze sappen bevatten enzymen die zorgen voor verdere afbraak van eiwitten, koolhydraten en vetten.

Zowel in je maag als in je dunne darm is een juiste pH-waarde van belang. Dit zorgt voor de activatie van de enzymen. Wanneer er een verstoring in de PH-waarde is, kan dit zorgen voor onvoldoende afbraak van je voeding. 

Gedurende de reis door de (6 meter lange) dunne darm wordt de voedselbrij steeds verder afgebroken en kunnen stoffen opgenomen worden in je bloed.

De wand van de dunne darm bestaat uit vele kleine uitstulpingen, ‘villi’ genaamd. Deze uitstulpingen maken het oppervlakte voor de opname van voedingstoffen enorm. De oppervlakte is wel zo groot als een tennisveld.

De spierwand van je dunne darm zorgt met peristaltische bewegingen voor het vermengen van de spijsverteringssappen en voor het voortduwen van de brij naar de dikke darm.

5. Dikke darm

Onverteerde resten voeding en vocht komen terecht in de dikke darm. De dikke darm is ongeveer 1,5 meter lang. Vocht en zouten worden uit de voedselbrij onttrokken en aan het bloed afgegeven. Hierdoor ontstaat een dikkere massa.

In de dikke darm bevinden zich een grote verzameling gunstige darmbacteriën. Deze micro-organismen worden ook wel je darmflora, of microbiota, genoemd.

De darmflora bestaat uit wel 100.000 miljard bacteriën en weegt tot wel drie kilo. Een gezond darmmilieu voorkomt de overgroei van schadelijke bacteriën en speelt een belangrijke rol in je immuunsysteem.

De darmbacteriën zorgen voor fermentatie van de darminhoud. Hierbij ontstaan er gassen en worden er tevens sommige vitamines, zoals vitamine K, geproduceerd.

De peristaltische bewegingen van de dikke darmwand zorgen voor het verder voortduwen van de dikke brei, wat nu ontlasting is geworden, naar de endeldarm.

6. Endeldarm

Dit is het eindstation. Wat over is van je maaltijd na deze hele reis, kan nu het lichaam verlaten. Ontlasting bestaat uit slijm, onverteerde voedselresten, bacteriën, de lichaamscellen, vocht, zouten en galkleurstof (bilirubine).

Gezonde ontlasting in bruin. Dit komt door bilirubine. Bilirubine bestaat uit afgebroken rode bloedcellen en zorgt daarmee voor de bruine kleur.

Elke dag produceer je ongeveer 100 tot 250 gram ontlasting.

Afhankelijk van wat je hebt gegeten en hoe snel jouw lichaam verteert duurt de reis van je maaltijd tot toilet 24 tot 72 uur.

SAMENGEVAT…

Tijdens je spijsvertering wordt je eten afgebroken tot voedingsstoffen die je lichaam op kan nemen in het bloed. Deze stoffen kan je lichaam gebruiken als bouwstof (groei en reparatie van je lichaam) of als brandstof (energie).

Je mond, slokdarm, maag, lever, alvleesklier en darmen zorgen samen voor de afbraak van je voeding in bruikbare stoffen.

Wanneer alle nuttige stoffen zijn vrijgemaakt uit het voedsel verlaat de rest het lichaam in de vorm van ontlasting.

 


LEESTIJD


3 min